Familie Brantsen

Familie Brantsen

De familie Brantsen

De familie Brantsen stamt af van een oorspronkelijke middeleeuwse familie, Van Byler  genaamd, afkomstig uit midden Nederland (Wijk bij Duurstede en (west) Veluwe) Deze familie bekleedde functies meestal in dienst van de adel, zoals schout, schepen en burgemeester. Ook in de omgeving van Ede, van waaruit in 1574 Hendrick Brantsen, waar hij een scholtes, een soort burgermeester was,  naar Arnhem vertrok.  Hij verkreeg het poorterschap van Arnhem, waaraan politieke en economische rechten waren verbonden. Diverse Brantsens wisten na hem door demografische omstandigheden, huwelijkspolitiek en een uitgebreid netwerk, binnen twee generaties een gevestigde positie binnen het patriciaat van de stad Arnhem te bereiken.

In dit kader werd de in 1834 op Zypendaal geboren Carel Marie Brantsen op 26 jarige leeftijd tot burgemeester van Angerlo benoemd. Hij was er van 1860 tot 1892 burgemeester.
In 1873 huwde hij met zijn volle nicht Jacqueline Sophie gravin van Stirum en ging het echtpaar na hun huwelijk op huize Wielbergen wonen.
De bruid was afkomstig van landgoed De Wiersse te Vorden.
De bouw van het landhuis Wielbergen was op initiatief van Carel Marie in 1869 gestart en in 1872 afgerond.
Het gezin kreeg 4 kinderen en bewoonde huize Wielbergen niet altijd aaneengesloten, maar verbleven ook regelmatig op Rhederoord, ook in bezit van Carel Marie.
Drie kinderen bleven ongehuwd, alleen Jacob Carel Julius Brantsen huwde met Eloise Whiting, die uit een eerder huwelijk twee kinderen meebracht.
De kinderen van Eloise worden niet als erfgenaam van Wielbergen genoemd,  waardoor aan deze tak van Brantsen een einde kwam.
Vivian Tom Brantsen bleef, na het vertrek van zijn zuster Aimee naar Rhederhof, alleen op Wielbergen wonen. 

Vivian Brantsen

Zoon Vivian Jacob Lodewijk Tom Baron Brantsen bleef, na het vertrek van zijn zuster Aimee naar Rhederoord, alleen op Wielbergen wonen.  Hij heeft er tot zijn dood in 1954 gewoond. Vivian heeft verschillende boeken en een krant in eigen beheer uitgegeven, waaronder Het Algemeen Belang voor de gemeenten Angerlo en Doesburg, van 1923 tot aan zijn dood in 1954. Hierin trek hij fel van leer tegen alles wat hem tegenstond in de lokale gemeenschap.

Vivian stond bekend als een zeer eigenzinnig man die met alles en iedereen de spot dreef. Als echte man van de leisure class had hij geen beroep, maar vulde zijn tijd met het maken van reizen en het uitgeven van verschillende boeken en een krant in eigen beheer. De krant genaamd Het Algemeen belang voor de gemeenten Angerlo en Doesburg heeft hij uitgegeven van 1923 tot aan zijn dood in 1954. De krant was ontstaan omdat Vivian een fervent schrijver was van ingezonden brieven maar deze al snel niet meer geplaatst kreeg in de reguliere bladen. In elke uitgave trekt hij fel van leer tegen alles wat hem tegenstond in de lokale gemeenschap; vooral burgemeester, wethouders en de katholieke geestelijkheid moesten het ontgelden . Ook uitte hij tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ongezouten kritiek op de Duitse bezetters.

Zijn kritiek op alles en iedereen heeft hem regelmatig moeilijkheden bezorgd. Niet alleen raakte hij hierdoor vervreemd van zijn familie, die het niet eens was met zijn uitspraken, maar hij moest in 1904 voor de rechtbank verschijnen wegens smaad.

Een van zijn uitgaves is de brochure “Liever Hottentot dan Edelgermaan. Enkele kanttekeningen op het hedendaagsch gebeuren hier te lande.”, geschreven in de herfst van 1944, uitgegeven in 1945. Vivian was fel anti-NSB en zeer anti-Duits en dat is duidelijk te lezen in het stuk. Hij gaf niet alleen af op de bezetter maar ook op familieleden die volgens hem op te goede voet leefden met de Duitsers. De opbrengst van de brochure werd overigens door Vivian Brantsen geschonken aan de wederopbouw van de Martinikerk, die tijdens de bevrijding zwaar verwoest werd.

Rond 1920 richt Vivian Brantsen de Brantsen-Stichting op die onder andere als doel heeft het ondersteunen van het protestants-christelijk leven en maatschappelijke organisaties en zorg in de Liemers. Na het overlijden van Vivian Brantsen, de laatste telg van de familie, wordt de stichting in 1954 eigenaar van het landgoed. Sinds 1964 heeft de Stichting Philadelphia Zorg het landgoed in langdurige erfpacht.